De excentrieke SGP

De Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) is een excentrieke partij – in meerdere op­zich­ten. In de eerste plaats wat betreft haar leeftijd. Op 24 april 1918 is de SGP opge­richt. Daarmee is zij momenteel de oudste – en ook de enige vooroorlogse – politieke partij die in de Tweede Kamer is vertegenwoordigd. Zij is bovendien bijna de oudste partij ooit uit de Nederlandse politieke geschiedenis; in november 2019 heeft zij de Anti-Revolutio­naire Partij (ARP) ingehaald, de partij overigens waaruit zij is voortge­komen. De ARP werd in 1879 opgericht en ging in oktober 1980 in het CDA op. Opval­lend is de electorale stabiliteit van de SGP: in 1922 maakte de partij haar opwachting in de Tweede Kamer en sindsdien was zij bij elke verkiezing goed voor twee à drie Kamer­zetels.

Excentriek is de SGP ook in haar opvattingen. Zij gaat ervan uit dat de overheid Gods dienares is en zich dient te onderwerpen aan de Bijbel. Omdat volkssoevereiniteit in deze theocratische benadering wordt afgewezen, zijn er wel vraagtekens gezet bij de democratische gezindheid van de SGP. Even opvallend was de ondergeschikte positie van de vrouw in het program en de organisatie van de partij. In de ‘schep­pings­orde’ is de man het hoofd van de vrouw, wat leidt tot de afwijzing door de SGP van het pas­sief kies­recht en het partijlidmaatschap van vrouwen, als zijnde strijdig met hun roeping (for­meel wees de SGP tot eind jaren tachtig ook het actieve kiesrecht voor vrouwen af, maar daarover bestonden al van het eerste begin verschillende opvattingen over binnen de leiding en de achterban). Deze standpunten hebben de SGP vanaf haar oprichting geken­merkt en haar iden­titeit bepaald. Ze droegen er mede toe bij dat de staatkundig-gerefor­meerden politiek gezien vrijwel altijd in een iso­lement hebben verkeerd.

Na de eeuwwisseling kwam er verandering in deze opvattingen, waarbij externe facto­ren een voorname rol speelden. Als gevolg van de terreuraanslagen in de Verenigde Sta­ten in september 2001 door islamitische fundamentalisten raakte de theocra­ti­sche visie van de SGP meer omstreden. Na een bezinningsproces besloot de partij in 2016 het be­grip ‘theo­cratie’ te mijden, omdat het verwarring zou wekken. De SGP bleef van me­ning dat de overheid zich moest laten leiden door Bijbels normen en waarden, maar stelde nu ook duidelijker dat die overheid zich verre diende te houden van gewetens­dwang. De SGP, die vroe­ger van me­ning was dat de overheid ‘alle afgoderij en valsche godsdienst ’ moest ‘weren en uitroei­en’ sprak nu in veel positiever bewoordingen over de vrijheid van godsdienst.

Het vrouwenstandpunt van de SGP werd eveneens ingrijpend aangepast, na enkele in­grijpende rechterlijke uitspraken, waarbij de partij haar overheidssubsidie dreigde te verliezen. Hierdoor, maar ook als gevolg van interne pressie van SGP-bestuurders en de SGP-jongeren, opende de partij in 2006 het lidmaatschap voor vrouwen. Het ‘regeer­ambt’ – dat wil zeggen politieke functies – bleef voor hen taboe. Hieraan kwam echter in 2013 een ein­de, na een uitspraak van de Hoge Raad. Bij de raadsverkiezingen een jaar later werd de eerste vrouwelijke volks­vertegenwoordiger namens de SGP verkozen.

Naast deze meer specifieke factoren zullen op de matiging van de staatkundig-gerefor­meer­de opvattingen zal ook processen als de modernisering en individualisering van de samenleving van invloed zijn geweest, die ook de reformatorische achterban van de par­tij niet geheel onberoerd hebben gelaten. Al met al geraakte de SGP in de afge­lopen tien à vijftien jaar geleidelijk aan uit haar politieke isolement. Dat zij meer in beeld van andere partijen had evenwel vooral te maken met de parlementaire fragmentering en nivellering (het kleiner worden van de Kamerfracties) als gevolg van de toegenomen electorale volatiliteit, waardoor duurzame parlementaire meerderheden moeilijker tot stand kwamen. Het minderheidskabinet-Rutte I en het kabi­net-Rutte II dat een meer­derheid in de Eerste Kamer ontbeerde, bood de SGP de moge­lijkheid een rol te spelen die groter was dan haar feitelijke positie in het parlement.

Van een partij die het grootste deel van haar geschiedenis in de Staten-Generaal vrijwel alleen getuigde en daarmee nauwelijks uit de marge van de politiek trad, is de SGP in de periode na de eeuw­wisseling een politieke actor geworden die in het Haagse spel wordt betrokken. In de bundel over de honderdjarige SGP krijgt deze opvallende transformatie ruime aandacht.

 

Laatst gewijzigd: 1 19-04-2018 14:33:41