Tekst Gerrit Voerman bij de presentatie van de bundel 'Mannen van Gods woord'

Gerrit Voerman, 18 april 2018 te Gouda

Geachte dames en heren,

Ook ik wil u graag welkom heten op deze bijeenkomst, georganiseerd door het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP en het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen, waar we de bundel Mannen van Gods Woord. De SGP 1918-2018 zullen presenteren en het eerste exemplaar overhandigen aan Kees van der Staaij. De bundel past in een reeks die het DNPP tien jaar geleden is begonnen, en waarin inmiddels bundels over de VVD, GroenLinks, de ChristenUnie, het CDA en de PvdA zijn verschenen, en onder meer monografieën over het Nederlandse populisme en over de PVV.

De bundel verschijnt ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de SGP, op 24 april aanstaande. De SGP is een eeuw oud, dat kan geen politieke partij in Nederland meer zeggen. Er is geen enkele partij meer actief in de Nederlandse politiek die voor de Tweede Wereldoorlog is opgericht. Nog even en dan is de SGP de oudste partij ooit op het Haagse Binnenhof. Zij moet nu nog de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) voor zich dulden, die op 3 april 1879 werd opgericht en op 11 oktober 1980 in het CDA opging en zich vervolgens ophief. Op 1 november 2019 is de SGP, Deo volente, net zou oud als de ARP.

De organisatorische continuïteit van de SGP is gepaard gegaan meteen hoge mate van electorale stabiliteit. De partij is altijd goed geweest voor twee à drie Kamerzetels, ongeveer twee procent van de stemmen. Wat is de verklaring van zowel haar organisatorische continuïteit als haar electorale stabiliteit? In de bundel wordt naar antwoorden gezocht. Ron de Jong wijst erop dat de SGP meer een religieus dan een politiek karakter heeft. Waar andere partijen te maken kregen met de geïndividualiseerde kiezer, is bij de bevindelijk-gereformeerde SGP-achterban geloof en politiek nauw met elkaar verbonden, zoals dat ten tijde van de verzuiling ook het geval was bij de ARP, de CHU en de KVP – maar tegenwoordig niet meer bij het CDA. In het verlengde hiervan geeft John Exalto aan dat de SGP onderdeel is van de reformatorische zuil, die naast de partij wordt gedragen door de kerk, school en andere organisaties. Kiezers die deel uitmaakten van deze zuil gaven hun stem vanzelfsprekend aan de SGP.

Vanavond gaat het vooral over de toekomst van de SGP. Daarbij zal zeker de vraag aan bod komen of de SGP hetzelfde kan overkomen als de net genoemde confessionele partijen. Volgens Exalto valt dat niet uit te sluiten: de bevindelijk gereformeerden zijn in hun Refozuil niet immuun voor maatschappelijke processen als modernisering en individualisering. Hun emancipatie is vergevorderd, , zo stelt hij, zo niet voltooid; het isolementsdenken is op zijn retour. Dat de opvattingen binnen de SGP over de relatie tussen religie en politiek veranderen, laat Klaas van der Zwaag zien in zijn bijdrage in de bundel, die de veelzeggende titel draagt: ‘Van theocratie naar godsdienstvrijheid’. Interne factoren, zoals het meebesturen in van de SGP in gemeenten en provincies speelden hierbij net zozeer een rol als externe, zoals de toenemende secularisatie en de opkomst van de islam. En het openen van het partijlidmaatschap en later de kandidatenlijsten voor vrouwen kan niet alleen worden toegeschreven aan de van buiten opgezette juridische procedures, zo toont Henk Post aan in zijn bijdrage, maar had ook te maken met veranderende opvattingen binnen de partij. Volgens hem zou het zonder rechtzaken ook zover zijn gekomen. ‘Dat is onderdeel van het proces van assimilatie, waar de SGP niet immuun voor was.’

De SGP heeft het afgelopen decennium aan politieke relevantie gewonnen door de individualisering van de samenleving en de gevolgen daarvan op het kiesgedrag. De partij lijkt zich echter ook niet te kunnen afsluiten van dat proces; de veranderende opvattingen binnen de SGP ten aanzien van de positie van de vrouw en de theocratie getuigen daarvan. Tegelijkertijd doet zich een ander ingrijpend proces voor dat de SGP raakt, namelijk haar groeiende samenwerking met andere politieke partijen, sinds 2010 ook op het nationale niveau. Hans Vollaard en Rick van Well noemend het opvallend dat de SGP steeds meer samenwerkt, juist in een tijd waarin politiek en samenleving steeds minder beantwoorden aan haar christelijke idealen. Wat zijn de gevolgen van die sterker geworden coöperatieve houding van de SGP, met name in de Haagse politiek? Betekent dit dat de partij een meer politiek en minder religieus karakter krijgt? En wat zijn daarvan de implicaties voor bijvoorbeeld het bestaansrecht van de SGP, wanneer zij minder zou getuigen en meer gaat meebesturen?

Dat deze maatschappelijke en politieke ontwikkelingen – de afnemende integrerende werking van de reformatorische zuil enerzijds en de strategie gericht op politieke samenwerking van de SGP anderzijds – in de laatste decennia hun uitwerking op de identiteit van de partij niet gemist, laat deze bundel duidelijk zien. Dat zij de komend tijd de partij zullen beïnvloeden, lijkt mij evenzeer evident. Hoe ziet de toekomst van de SGP eruit, gezien deze ontwikkelingen? Is zij in staat om zich als zelfstandige partij te handhaven, of zal zij het voorbeeld van partijen als de ARP, CHU en KVP; of de CPN, PSP, PPR en EVP; of, dichter bij huis, het GPV en de RPF uiteindelijk volgen en opgaan in een nieuwe partijformatie? Met andere woorden: ‘waarheen met de SGP?’ De forumleden zullen zich zo meteen over deze vraag buigen. Dat zullen zij doen met in hun achterhoofd de inhoud van de bundel Mannen van Gods woord, waarvan zij de digitale versie toegestuurd hebben gekregen. Het eerste gedrukte exemplaar van de bundel is echter bestemd voor de politiek leider van de SGP, Kees van der Staaij. Graag overhandig ik samen met mederedacteur Hans Vollaard nu dat eerste exemplaar aan hem.

 

Laatst gewijzigd: 19-04-2018 12:37:58