D66 jaaroverzicht 2006

Uit: P. Lucardie, M. Bredewold, G. Voerman en N. van de Walle,'Kroniek 2006. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2006' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2006 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2008), 15-104, aldaar 46-53.

inleiding

D66 vierde in 2006 zijn veertigjarig bestaan; op het partijcongres op 7 oktober stond de partij stil bij dit jubileum. Het was verder allerminst een jubeljaar voor de partij: eerst verloor ze haar politiek leider B.O. Dittrich, vervolgens raakte ze verscheurd door de strijd om zijn opvol­ging, en ten slotte verloor ze na de door haar veroorzaakte kabinetscrisis de helft van haar zetels in de Tweede Kamer.

aftreden Dittrich

De Tweede-Kamerfractie had al in 2005 verzet aangetekend tegen Nederlandse deelname aan een militaire missie naar Afghanistan (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 44-45; zie ook in deze Kroniek onder ‘hoofd­momenten’). Ook de D66-ministers A. Pechtold voor Bestuur­lijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties en L.J. Brinkhorst van Eco­nomische Zaken weigerden mee te werken aan een kabinetsbesluit voor deelname. Het Tweede-Kamerlid A.D. Bakker dreigde – impliciet – met een kabinetscrisis als CDA en VVD met steun van de PvdA de missie door zouden zetten. Buiten de fractie waren overigens wel andere meningen te horen. Zo was oud-partijleider en oud-minister J.C. Ter­louw vóór de missie. Hij maakte daarnaast bezwaar tegen de rigide manier waarop de fractie onder aanvoering van haar voorzitter Dittrich een standpunt innam nog voordat het kabinet dat gedaan had. Ook andere vooraanstaande Democraten als oud-minister R.H.L.M. van Boxtel deelden die kritiek. Zelfs minister Brinkhorst vond de dreiging met crisis niet gepast en verklaarde later dat hij ‘een stevige discussie’ met Dittrich had gevoerd maar uiteindelijk had gekozen ‘voor de partij’ (NRC Handelsblad, 9 september 2006).

Toen de Tweede Kamer voor deelname had gestemd en het kabinet bleef zitten, trad Dittrich af als fractievoorzitter. Hij erkende dat hij ‘politiek-tactische fouten’ gemaakt had (de Volkskrant, 4 februari 2006). Dittrich bleef wel lid van de Kamer maar zou zich niet meer herkiesbaar stellen, zo kondigde hij in april aan. Mevr. L.W.S.A.L.B. van der Laan, vice-voorzitter van de fractie, volgde hem op als voorzitter. Het lande­lijk bestuur van D66 steunde de fractie, maar een aantal plaatselijke bestuurders eiste tevergeefs een extra congres om de gang van zaken te bespreken. Oud-partijvoorzitter T. Kok vond dat D66 uit het kabinet moest stappen. 

gemeenteraadsverkiezingen

De nederlaag van Dittrich wierp een schaduw over het optreden van de Democraten in de gemeenteraadsverkiezingen. De partij raakte bijna de helft van haar zetels kwijt (zie tabel 1). In veel kleine en middelgrote gemeenten verdween D66 uit de raad (bijvoorbeeld in Baarn, Emmen, Heerenveen, Hengelo, ‘s Hertogenbosch, Lelystad, Maassluis, Vlissin­gen en Zaanstad). Van der Laan noemde de uitslag ‘ronduit pet’ (Trouw, 8 maart 2006).

Op 1 april kwamen lokale en landelijke politici van D66 in Utrecht bij­een om de verkiezingen te evalueren. Zoals verwacht klonk er veel kri­tiek op de Tweede-Kamerfractie en haar optreden in de kwestie-Afgha­nistan. Enkele lokale afdelingen en de regionale afdeling Friesland overwogen niet meer onder de naam ‘D66’ aan verkiezingen deel te nemen.

Een enkeling eiste het aftreden van de hele fractie. Dat gebeurde echter niet. Minister Pechtold en fractievoorzitter Van der Laan sloten de bij­een­komst in positieve sfeer af. ‘Ik ben trots op deze club’, verklaarde de laatste (de Volkskrant, 3 april 2006). Van der Laan trok echter ook het boe­tekleed aan. D66 zou teveel een ‘gewone Haagse partij’ zijn gewor­den, die door compromissen haar geloofwaardigheid had verloren (NRC Handelsblad, 19 april 2006). Ze gaf haar partij het rapportcijfer vier, terwijl het een acht had moeten zijn. D66 had wellicht het kabinet moe­ten laten vallen, niet alleen in de Afghanistan-kwestie maar ook toen ze – in 2005 respectievelijk in 1999 – haar unique selling points, de geko­zen burgemeester en het referendum, niet kon realiseren. Haar kriti­sche opmerkingen vielen niet overal in de partij even goed. Oud-partij­voor­zitter en Eerste-Kamerlid A.G. Schouw verweet haar ‘politiek maso­chisme’ en had liever gezien dat ze nieuwe plannen zou ontvouwen dan dat ze oude fouten bleef herhalen (NRC Handels­blad, 20 april 2006).

DeZes

Een aantal ontevreden D66-ers had de partij verlaten en kwam op 13 mei in Zutphen bijeen om een nieuwe partij op te richten die ‘DeZes’ zou moeten heten. Een van de initiatiefnemers was J.W. Westerhof, in de jaren negentig vice-voorzitter van D66. Na de bijeenkomst werd echter weinig meer van DeZes vernomen.

lijsttrekkerschap

Lang voordat het kabinet viel, had het landelijk bestuur besloten in sep­tember 2006 een lijsttrekker te laten kiezen voor de Tweede-Kamerver­kiezingen, die toen nog voorzien waren voor mei 2007. Op een regio­nale partijbijeenkomst in Hengelo op 10 mei verklaarde minister Pechtold dat hij zich kandidaat zou stellen. Hij deelde tot op zekere hoogte de kritiek die Van der Laan op de eigen partij had geleverd, maar vond niet dat zij erin slaagde D66 strak te leiden. Pechtold toonde meer optimisme: D66 zou als ‘links-liberale ideeënpartij’ tien procent van het electoraat kunnen bereiken (de Volkskrant, 11 mei 2006). Onderwijs, innovatie en integratie vond hij de belangrijkste onderwerpen. Pechtold was overigens in januari in de ministerraad zwaar gekapitteld, nadat hij zich in het maandblad Opzij nogal kritisch had uitgelaten over de sfeer in het kabinet. Het was niet de eerste keer dat hij ergernis bij zijn col­lega’s had gewekt (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 43-44).

Op het voorjaarscongres op 13 mei in Zutphen werd besloten de lijst­trekkersverkiezing te vervroegen. De leden zouden (van 8 tot 24 juni) per post of op het congres van 24 juni in Den Haag een nieuwe lijsttrek­ker kunnen kiezen. Pechtold kreeg als kandidaat-lijsttrekker steun van de Jonge Democraten, de jongerenorganisatie van D66, en van vooraan­staande partijgenoten zoals H.A.F.M.O. van Mierlo, die opmerkte dat de nieuwe partijleider niet uit de fractie moest komen. Van der Laan ver­dedigde in haar rede de ‘zelfkastijding’, in de hoop om in de toekomst het vertrouwen van de kiezer terug te krijgen. 

Op 23 mei maakte Van der Laan in een Amsterdams café bekend, even­eens te dingen naar het lijsttrekkerschap van D66. Zowel qua stijl als qua inhoud bleek ze enigszins van Pechtold te verschillen. Van der Laan stond nogal kritisch tegenover het bijzonder onderwijs, of dat nu isla­mitisch of christelijk was. Ze hoopte van D66 een brede ‘sociaal-libe­rale beweging’ te maken en niet alleen kiezers te winnen die de PvdA te links en de VVD te rechts vonden (NRC Handelsblad, 24 mei 2006). Zelfbeschikking, onderwijs en milieu beschouwde zij als de belangrijk­ste thema’s. Omdat zij minder hechtte aan bestuurlijke vernieuwing kreeg zij de steun van oud-partijleider Terlouw. Van der Laan sprak steun uit voor het kabinet, maar verheelde niet haar afkeer van het CDA en haar voorkeur voor een nieuwe paarse coalitie.

Naast Pechtold en Van der Laan stelden zich nog zes leden kandidaat voor het lijsttrekkerschap. De meest bekende van hen was A.H.L. Westerouen van Meeteren, die regelmatig deel had genomen aan het televisieprogramma ‘Het Lagerhuis’. In 2003 was hij beschuldigd van belastingfraude, maar uiteindelijk slechts veroordeeld tot een boete van tweeduizend euro voor ‘verwijtbare nalatigheden’ in zijn administratie (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 61). Hij presenteerde in juni 10 ver­nieuwingsstappen voor D66 en wilde onder meer de naam van de partij veranderen in ‘Liberaal Democraten’.

In juni vonden debatten plaats tussen de acht kandidaten in Amsterdam, Tilburg en Zwolle. In Den Haag gingen (op 6 juni) alleen Van der Laan en Pechtold met elkaar in debat, waarbij vooral de verschillende visies op bijzonder (confessioneel) onderwijs uit de verf kwamen. Geleidelijk werd de toon persoonlijker en scherper. Toen één van de andere kandi­daten, A. van Wanrooij, in Zwolle Pechtold beschuldigde van ‘draaien’ in de kwestie-Afghanistan, sloot Van der Laan zich bij die kritiek aan (NRC Handelsblad, 10 juni 2006). Haar fractiegenoot Bakker zou vier dagen later hetzelfde doen. Op 12 juni in Utrecht verweet Pechtold Van der Laan ‘simplificatie’, naar aanleiding van haar kritiek op islamitische scholen, waarop zij fel reageerde met de woorden ‘Alexander, dit pik ik niet!.. Jij bent de man van het belletje trekken en dan lekker wegrennen’ (NRC Handelsblad, 13 juni 2006). In een interview noemde ze daarna haar rivaal ‘niet meer geloofwaardig’ (De Telegraaf, 14 juni 2006). In het volgende debat, op 14 juni in Tilburg, zei Pechtold dat Van der Laan met deze opmerkingen zowel hem als de partij schade berokkend had. Op het derde en laatste kandidatendebat, op 20 juni in Amsterdam, rie­pen sommige aanwezigen ‘boe!’ toen Pechtold werd voorgesteld en toen hij Van der Laan herinnerde aan haar opmerking over zijn geloof­waardigheid. Ook in dit debat kwam de ‘islamitische zuil’ ter sprake, die Pechtold volgens Van der Laan wel zou steunen.

Op het congres in Den Haag op 24 juni konden de kandidaten zich nog eens kort presenteren, waarna de leden hun stem mochten uitbrengen – voor zover ze dat niet al per post gedaan hadden. Van Wanrooij trok zich ter plekke terug. Van de 3.823 leden die aan de stemming deelna­men (47 procent van het totaal) kozen 2.009 voor Pechtold en 1.752 voor Van der Laan. Westerouen van Meteren eindigde met 221 stem­men op de derde plaats, de overige vier kandidaten haalden samen slechts 151 stemmen. Van der Laan beloofde dat ze de winnaar ‘voor de volle honderd procent’ zou steunen (NRC Handelsblad, 26 juni 2006).

kabinetscrisis

Op het voorjaarscongres moest het vreemdelingenbeleid van minister Verdonk (VVD) het ontgelden. Moties om de coalitie met CDA en VVD te verbreken of om Verdonk naar huis te sturen (met mogelijk hetzelfde effect, namelijk een kabinetscrisis) konden echter niet op brede steun rekenen. Pechtold riep in zijn toespraak de partijleden op een eind te maken aan ‘navelstaren en zelfdestructie’ (Trouw, 15 mei 2006). Hij eiste bovendien duidelijkheid van zijn collega Verdonk over de verblijfstatus van de ca. 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers die nog onder de oude Vreemdelingenwet vielen.

De Democraten die op het congres in mei vergeefs hadden geijverd voor een motie van wantrouwen tegen minister Verdonk, kregen uiteindelijk toch hun zin. In de nacht van 29 op 30 juni zegde de Tweede-Kamer­fractie haar vertrouwen in de VVD-minister op, naar aanleiding van haar optreden tegen Hirsi Ali (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmo­menten’). Toen het kabinet Verdonk bleef steunen, verloor dat ook het vertrouwen van de D66-fractie.

D66 nam niet deel aan het derde kabinet-Balkenende. Aanvankelijk zei Van der Laan dat rompkabinet wel de steun van haar fractie toe, althans op financieel en economisch terrein. Voorzitters van andere fracties (waaronder Verhagen van het CDA) achtten deze ‘zigzagkoers’ onbe­grij­pelijk (Trouw, 8 juli 2006). Brinkhorst noemde overigens na zijn af­treden de crisis ‘onnodig en onvermijdelijk’ en verweet zijn fractie zich teveel geïsoleerd te hebben (NRC Handelsblad, 9 september 2006).

kandidaatstelling Tweede-Kamerverkiezingen:

Kandidaten voor de Tweede Kamer konden zich van 7 juli tot 7 augus­tus aanmelden. Van der Laan besloot na een gesprek met Pechtold begin augustus zich niet herkiesbaar te stellen, teneinde de partij onduidelijk­heid te besparen. Ze vermoedde ook dat Pechtold na de verkiezingen de fractie strak zou gaan leiden en haar onvoldoende ruimte zou bieden voor haar ideeën. Ook Dittrich stelde zich, zoals al eerder aangekon­digd, niet herkiesbaar. Dat deed evenmin mevr. E.D.C.M. Lambrechts. De drie overige fractieleden bleken wel beschikbaar. De voorzitter van de landelijke verkiezingscommissie, oud-staatssecretaris J. Kohnstamm, betreurde het vertrek van de drie ervaren Kamerleden. De bewindslie­den Brinkhorst en mevr. M.C. van der Laan ambieerden evenmin een plaats op de kandidatenlijst. Op de advieslijst van de verkiezingscom­missie, die op 30 augustus bekend gemaakt werd, stonden de zittende Kamerleden Bakker, B. van der Ham en mevr. F. Koşer Kaya op de vijfde, zesde en tiende plaats. Na lijsttrekker Pechtold kwam mevr. A.G.M. Telleman, voorzitter van de afdeling Amsterdam, mevr. K.H. Ollongren, plaatsvervangend directeur-generaal bij Economische Zaken, en M.W.J.L. Sanders, lid van het landelijk bestuur. De partijleden konden tussen 11 en 28 september via een poststem de definitieve lijst vaststellen. Op 29 september werd de uitslag bekend gemaakt en bleken de leden aan de Kamerleden Van der Ham, Bakker en Koşer Kaya de tweede, derde en zesde plaats toebedeeld te hebben. Zodoende zakten Telleman en Ollongren naar de vierde respectievelijk vijfde plaats.

programma Tweede-Kamerverkiezingen

Op het voorjaarscongres op 13 mei zou het manifest Denken, durven, doen centraal staan, dat een visie gaf op globalisering, vergrijzing, immigratie en schaarsteproblemen en dat een vervolg was op het pamflet van Dittrich uit 2005 (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 41). Veel leden vonden het stuk echter te eenzijdig en te beperkt. Op het congres werd daarom besloten het mani­fest niet in detail te behandelen maar voor kennisgeving aan te nemen: het zou verwerkt worden in het nieuwe verkiezingsprogramma.

Op 5 september presenteerde Pechtold het ontwerpverkiezingsprogram van zijn partij in de tuin van zijn woning in Wageningen. De lokatie was gekozen naar aanleiding van de opmerking van een collega-minister dat de ambteloze partijleider maar campagne moest voeren ‘vanuit zijn achtertuin’ (de Volkskrant, 6 september 2006). Het program was getiteld Het gaat om mensen en opgesteld door een commissie onder leiding van J. Backer, juridisch directeur van de luchthaven Schiphol. Het program was geschreven vanuit vijf ‘richtingwijzers voor een progressief sociaal-liberale visie’. Onderwijs kreeg ‘topprioriteit’ en zou vijf miljard euro extra mogen kosten, onder meer om leraren beter te belonen. Daarnaast streefde de partij naar gratis kinderopvang voor werkende ouders, gelei­delijke verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd van 65 naar 67 jaar, lagere inkomstenbelasting, meer duurzame energie, een sterke publieke omroep zonder reclame, en een jaarlijkse raadpleging van burgers met betrekking tot prioriteiten voor beleid. Provincies zouden in landsdelen moeten opgaan. De identificatieplicht zou weer moeten verdwijnen. D66 nam duidelijk afstand van het integratiebeleid van het tweede kabi­net-Balkenende, dat was gekenmerkt door ‘hardvochtigheid en wille­keur’ (Het gaat om mensen, blz. 59).

Het program werd op een vijftal avonden in het land besproken en defi­nitief vastgesteld op het partijcongres op 7 oktober in Amsterdam. Daarbij werd het op tal van punten gewijzigd: kinderopvang zou niet ‘gratis’ moeten zijn, reclame op publieke zenders mocht blijven, en de jaarlijkse raadpleging van de burgers verdween uit het definitieve pro­gram. Daarin werd nu wel een generaal pardon opgenomen voor vreem­delingen die voor 1 april 2001 asiel hadden aangevraagd.

campagne Tweede-Kamerverkiezingen

Na het verkiezingscongres begin oktober kon de campagne beginnen, die geleid werd door het Kamerlid Bakker. Op dat congres werd overi­gens ook stilgestaan bij het veertigjarig bestaan van D66. Van Mierlo, de meest bekende oprichter van de partij, hield niet zozeer een feestrede maar een kritisch zelfonderzoek naar de bestaansredenen van D66. De avond tevoren had hij zich in het televisieprogramma ‘EenVandaag’ hardop afgevraagd of veertig jaar niet genoeg was geweest, maar in zijn congrestoespraak gaf hij een ontkennend antwoord op zijn eigen vraag: ‘Het verlangen naar ons is er. Maar het geloof is weg. Of misschien even weg’ (Trouw, 9 oktober 2006). D66 had zich vertild aan de coalitie met CDA en VVD en te lang de illegitieme oorlog in Irak en het vreem­delingenbeleid van Verdonk gesteund. Pechtold sloot zich bij deze kri­tiek aan maar stelde ook vast dat D66 meer nodig was dan ooit, nu een ‘nieuwe golf van conservatisme over Nederland spoelt’ (NRC Handels­blad, 9 oktober 2006). Fractievoorzitter Van der Laan had aanvankelijk van het landelijk bestuur geen spreektijd gekregen, maar kon na protes­ten van leden toch een korte toespraak houden waarin zij stil stond bij de val van het kabinet.

Turks Forum, een organisatie voor Turkse Nederlanders, voerde via affiches voor Turkse verenigingen campagne voor Koşer Kaya. De reden was dat zij, in tegenstelling tot de kandidaten van Turkse afkomst bij CDA en PvdA, door haar partij niet was gedwongen om de Armeense genocide te erkennen (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmo­menten’ en onder CDA en PvdA).

In de campagne legde D66 vooral nadruk op Europese samenwerking, bestuurlijke vernieuwing, identificatieplicht en soortgelijke ‘postmateri­alistische’ onderwerpen. Ze trok daarmee over het algemeen niet veel belangstelling van kiezers en journalisten. De partij bereidde zich voor op electoraal verlies en een verblijf in de oppositiebanken. In debatten richtte Pechtold zich tegen het harde vreemdelingenbeleid dat Verdonk had gevoerd – en dat Wilders nog harder zou willen maken. Wilders weigerde eind oktober nog met Pechtold in debat te gaan omdat deze hem zou ‘demoniseren’ (Nederlands Dagblad, 31 oktober 2006).

uitslag Tweede-Kamerverkiezingen

Gezien de sombere peilingen viel het verlies van drie zetels sommigen nog mee: er bleven er immers nog drie over. Naast Pechtold en Van der Ham behield ook Koşer Kaya haar zetel, dankzij bijna 35.000 voorkeur­stemmen die vermoedelijk vooral afkomstig waren van Turkse Neder­landers. In het actualiteitenprogramma ‘NOVA’werd op 7 december gemeld dat de kiezers van Turkse afkomst zelfs vanuit het Turkse ministerie van Religieuze Zaken per e-mail zouden zijn opgeroepen om op haar te stemmen. Koşer Kaya noemde zich overigens nadrukkelijk ‘volksvertegenwoordiger voor alle Nederlanders’ en niet speciaal voor de groep afkomstig uit haar moederland (Trouw, 9 december 2006). Nummer drie op de lijst, Bakker, kreeg 8.375 voorkeurstemmen, dus te weinig om zijn zetel te herwinnen. D66 wist ongeveer de helft van haar electoraat van 2003 te behouden en verloor kiezers aan PvdA, VVD, SP, GroenLinks en CDA, terwijl ze (kleinere aantallen) kiezers won van PvdA en VVD.

Oud-partijleider Terlouw weet het verlies voornamelijk aan de ‘mono­mane concentratie op de staatsrechtelijke hervormingen’. Hij zag kan­sen voor herstel wanneer D66 meer herkenbaar zou worden als progres­sief-liberale partij (de Volkskrant, 25 november 2006).

Eerste-Kamerverkiezingen 2007

Op het jubileumcongres in oktober werd Schouw als lijstaanvoerder voor de in 2007 te houden Eerste-Kamerverkiezingen gekozen.

personalia

Met ingang van 1 januari werd G. van Dijk aangesteld als coördinator van het Kenniscentrum van D66.

Op 25 augustus werd A.H.G. Rinnooy Kan geïnstalleerd als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Aan het eind van het jaar nam B. Staal afscheid als commissaris van de koningin in Utrecht; met ingang van 1 januari 2007 zou hij voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken worden.

Oud-minister Th.C. de Graaf werd op 3 november benoemd tot burge­meester van Nijmegen. Hij zou in januari 2007 in functie treden.