Gemeenteraadsverkiezingen 1998

Uit: B. de Boer, P. Lucardie, I. Noomen en G. Voer­man, 'Kroniek 1998. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 1998' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 1998, Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1999), 14-94, aldaar 14-17.

gemeenteraadsverkiezingen 1998

Op 4 maart werden in 485 gemeenten nieuwe raden gekozen; in de overige 63 gemeenten vonden de raadsverkiezingen vanwege herindelingen eerder of juist later plaats. De uitslag is daardoor moeilijk met die van 1994 te vergelijken, te meer daar het totaal aantal te verdelen zetels ten gevolge van de herindelingen kleiner was geworden (zie tabel). De opkomst was in 1998 nog iets lager dan in 1994: 59,5 % respectievelijk 65,3%. Niettemin waren verschillende pogingen ondernomen om de kiezers naar de stembus te lokken: het ministerie van Binnenlandse Zaken riep via uitzendingen op commerciële radio- en televisiestations jongeren op ’vergeet niet te stemmen’; de gemeente Wijk bij Duurstede was zelfs bereid een weekend in Brussel te verloten onder de opgekomen kiezers. Vooral onder allochtone kiezers bleek uit onderzoek de opkomst beduidend lager dan vier jaar geleden, hoewel het aantal allochtone raadsleden praktisch verdubbelde.

Aan de andere kant waren waarschijnlijk ook veel xenofobe kiezers thuis gebleven, gezien de opvallende verliezen van de Centrumdemocraten (CD) en CP’86. Laatstgenoemde partij verdween uit alle raden, terwijl de CD slechts in Schiedam een zetel behield; het Nederlands Blok wist zijn zetel in Utrecht te handhaven. CD-voorzitter J.H.G. Janmaat sprak van stembusfraude; anderen wezen op de twijfelachtige reputatie van veel raadsleden uit CD en CP’86 en de toegenomen versplintering van de extreem-rechtse partijen. Naast CD en CP’86 namen immers ook nog de daarvan afgesplitste partijen Nederlands Blok respectievelijk Volksnationalisten Nederland (VNN) aan de verkiezingen deel, terwijl de voormalige leider van de verboden Nederlandse Volksunie, J. Glimmerveen, in Arnhem en Den Haag een Lijst-Glimmerveen had ingediend.

Een tweede grote verliezer was D66, die zich zowel op landelijk als op plaatselijk niveau wellicht te weinig had kunnen profileren. Het CDA leed licht verlies ten opzichte van 1994, maar bleef wel de grootste partij op lokaal niveau. De christen-democraten noemden zich dan ook met trots in tv-uitzendingen ’de grootste lokale partij van Nederland’, tot verontwaardiging van de onafhankelijke lokale partijen. De Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG) diende een klacht in tegen het CDA bij de Reclame Code Commissie, maar deze achtte de zinsnede niet misleidend. De onafhankelijke lokale partijen boekten overigens zelf opnieuw enige winst, zij het over het algemeen minder spectaculair dan in 1994. Het meest opvallend waren wellicht de doorbraak van Leefbaar Utrecht en de groei van de Politiek Logisch Oprechte Partij (PLOP) in Assen. Laatstgenoemde groepering werd in 1994 door andere partijen vaak nog als dubieuze grap beschouwd en ondanks de entree in de gemeenteraad met vijf zetels niet als serieuze partij behandeld bij de collegevorming. In 1998 won PLOP echter acht van de 31 zetels - evenveel als de PvdA - en mocht haar oprichter, W. Homan, een wethouderspost gaan bekleden. Leefbaar Utrecht, opgericht door zanger en caféhouder H. Westbroek, won in Utrecht negen van de 45 zetels – evenveel als GroenLinks en PvdA - maar kwam niet in het college. Naast de lokale partijen slaagden ook de protestants-christelijke partijen, GroenLinks, de SP, de Fryske Nasjonale Party (FNP) en de ouderenpartijen erin hun zeteltal uit te breiden. PvdA en VVD wonnen eveneens stemmen, maar die winst vertaalde zich niet in absolute zetelwinst vanwege het kleinere totaal aan zetels vergeleken met 1994.

De Nieuwe Communistische Partij (NCPN) verloor haar absolute meerderheidin de raad van Reiderland, maar won er een zetel bij in Scheemda en handhaafdezich in Lemsterland. De Natuurwetpartij behield haar ene zetel in Lelystad, terwijl De Groenen hun zeteltal praktisch wisten te verdubbelen vanvier naar acht – zij het soms in samenwerking met andere groeperingen, zoalsin Amsterdam met de lijst Amsterdam Anders/De Groenen. De door de vroegere vakbondsleider (en PvdA-lid) J. van de Scheur opgerichte partij Solidair ’93 verloor haar zetels in Rotterdam, Haarlem en Vlaardingen. Nieuw in 1998 was Nederland Mobiel, opgericht vanuit de Stichting Pro Auto om de belangen van automobilisten en andere verkeersdeelnemers te behartigen, die vier zetels in verschillende gemeenten won.

De campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen stond evenals in 1994 grotendeels in het teken van de in mei te houden verkiezingen voor de Tweede Kamer. Landelijke politici hielden zich weliswaar aan het begin van de campagne enigszins op de achtergrond, maar gingen de laatste paar weken toch weer een vooraanstaande rol spelen. Zelfs de regionale radio- en televisieomroepen, die in 1998 van meer belang bleken dan vier jaar eerder, schonken veel aandacht aan het optreden van de landelijke partijleiders. Voor het eerst konden partijen nu reclame maken in een STER-spot op radio of televisie, maar alleen de SP maakte gebruik van die mogelijkheid. Een andere vernieuwing ten opzichte van 1994 was het toegenomen gewicht van voorkeurstemmen: in gemeenten met meer dan 20.000 inwoners was nu een kandidaat met ten minste een kwart van de kiesdeler aan voorkeurstemmen zeker van een zetel, terwijl men voordien de helft van de kiesdeler moest halen. Bij de collegevorming slaagden niet alle winnaars erin, hun zetelwinst te vertalen in wethoudersposten. PvdA en VVD kregen er wel wethouders bij, de protestants-christelijke partijen ook enkele, maar GroenLinks en de lokale partijen niet. De verliezers D66 en CDA moesten wethoudersposten inleveren. De SP, die ook fors had gewonnen, ging in drie Brabantse gemeenten deel nemen aan het college. In de meeste grote steden werden brede colleges samengesteld waaraan niet alleen PvdA, CDA of D66 en VVD, maar vaak ook GroenLinks deelnamen.

tabel uitslag gemeenteraadsverkiezingen 1998 (in zetels)

Partij

1994a

1998b

CDA

2751

2404

PvdA

1770

1817

VVD

1724

1796

D66

982

442

GroenLinks

380

430

SGP

186

190

SP

126

190

RPF

79

93

GPV

65 64

CD

78

1

CP’86

9

0

Overige landelijke partijen

32

26

Lokale christelijke groeperingen

333

332

Lokale progressieve groeperingen

272

304

Onafhankelijke lokale partijen

2330

2067

Totaal

11117

10156

a) Deze cijfers wijken enigszins af van de gegevens die het CBS in 1994 publiceerde.

b) Inclusief tussentijdse verkiezingen 1994-1997, exclusief zestien gemeenten waar verkiezingen werden uitgesteld in verband met gemeentelijke herindelingen op 1 januari 1999.

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Statistiek der verkiezingen 1998: gemeenteraden (Voorburg/Heerlen 1999).

Laatst gewijzigd: 1 29-06-2012 11:13:03