Uitslag Tweede Kamerverkiezingen 1994

Uit: J. Hippe, P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 1994. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 1994' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 1994 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1995), 14-91, aldaar 19-22.

uitslag Tweede-Kamerverkiezingen 1994

De opkomst viel op 4 maart met 78,3% weinig lager uit dan in 1989 (79,9%). De uitslag verdient de veel gebruikte beschrijving 'aardverschuiving', in meer dan één opzicht. Na de invoering van het kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging in 1917 bleven electorale verschuivingen in Nederland doorgaans tamelijk beperkt. Het verlies van twintig zetels door het CDA bij deze verkiezingen kan historisch gezien dan ook uniek genoemd worden. Daarmee vergeleken viel het toch ook forse verlies van de PvdA van twaalf zetels nog mee. Daar de sociaal-democraten zodoende de grootste - misschien beter gezegd: de minst kleine - partij waren geworden, vierden ze de verkiezingsuitslag bijna als een overwinning. De echte winnaars waren echter D66 en de VVD. Terwijl de regeringspartijen hun zeteltal in de Tweede Kamer zagen slinken van 103 naar 71 - en daarmee hun royale meerderheid zagen omslaan in een minderheid breidden de twee vrijzinnige oppositiepartijen hun zeteltal uit van 34 naar 55 (zie tabel.) De oppositiepartij GroenLinks profiteerde niet van het verlies van de PvdA en verloor zelfs een zetel; haar professioneel ogende campagne en het lijsttrekkersduo Brouwer en M. Rabbae spraken de zwevende kiezer blijkbaar niet erg aan. De protestants-christelijke partijen boekten wel winst, zij het minder dan verwacht. De SGP moest een zetel inleveren - mogelijk te wijten aan haar omstreden besluit geen vrouwen tot de partij toe te laten. De RPF won er met de nieuwe, dynamische lijstaanvoerder L.C. van Dijke twee zetels bij. Ook de Centrumdemocraten wisten hun zeteltal te verdrievoudigen, maar bleven daarmee ver onder de winst die de peilingen hen aan het begin van het jaar in het vooruitzicht gesteld hadden. Enkele cynisch aandoende uitspraken van lijstaanvoerder J.G.H. Janmaat en berichten in de pers over crimineel gedrag van partijleden droegen waarschijnlijk tot dit resultaat bij. De electorale concurrent van de CD, CP'86, maakte een vergelijkbare ontwikkeling in de opiniepeilingen mee en haalde uiteindelijk niet de verwachte zetel. Ook hier zou negatieve publiciteit een rol gespeeld kunnen hebben.

De CP'86 behoorde tot de veertien randpartijen die vergeefs naar een zetel dongen (zie ook de bijdrage van A.P.M. Lucardie elders in dit Jaarboek). Drie randpartijen slaagden er wel in, de Tweede Kamer binnen te komen. De SP zag haar jarenlange arbeid in buurten en gemeenten eindelijk beloond met twee zetels (zie de bijdrage van P. van der Steen in dit Jaarboek). Haar campagne - 'Stem tegen. Stem SP' - richtte zich tegen alle gevestigde partijen, maar in het bijzonder tegen de PvdA, waarvan zij dan ook de meeste kiezers te winnen had. Verrassender dan het succes van de SP was de plotselinge doorbraak van twee ouderenpartijen, het AOV en de PU55+. Terwijl hun voorgangers in 1989 slechts 10.000 kiezers en dus geen zetel haalden, trokken zij samen ruim 400.000 kiezers en wonnen daarmee zeven zetels. Het waren vooral, maar niet uitsluitend, kiezers in de leeftijdscategorie tussen 55 en 75 jaar. De massale protesten tegen de bezuinigingen op de bejaardenoorden (in 1993) en tegen bevriezing van de AOW (april 1994), georganiseerd door de grote ouderenbonden, hadden onbedoeld de weg geëffend voor de ouderenpartijen - al kregen die meer kritiek dan steun van de bonden. Voor sommige kiezers was de overgang van (met name) CDA en (in iets mindere mate) PvdA en VVD naar AOV of PU55+ wellicht ook een late bijdrage aan de ontzuiling in Nederland. De ouderenpartijen achtten de traditionele zuilen en ideologieën verouderd.

Ook het verlies van CDA en (in mindere mate) PvdA aan D66 zou overigens als het gevolg van ontzuiling en ontkerkelijking geduid kunnen worden. Van de onkerkelijke kiezers stemde volgens het Nationaal Kiezersonderzoek slechts 5% op het CDA, van de gereformeerde en rooms-katholieke kiezers 45% respectievelijk 46%. Een niet veel kleiner aantal gereformeerden (37%) gaf zijn stem aan de protestants-christelijke partijen, terwijl veel katholieken op D66 en de VVD, maar ook op het AOV stemden. D66 trok overigens relatief meer onkerkelijke kiezers (25%). Ondanks het verlies aan de ouderenpartijen bleef het christendemocratische electoraat relatief oud, evenals dat van de PvdA, terwijl D66,VVD en GroenLinks het juist van de jongere kiezers moesten hebben. De nieuwe Tweede Kamer telde veel nieuwe gezichten; een groter aantal vrouwen (46 in plaats van 44) en iets meer allochtonen (vijf in plaats van twee).

tabel uitslag Tweede-Kamerverkiezingen 1994

 

 

           1989

          1994

 

    %

 zetels

    %

 zetels

 PvdA

  31,9

   49

  24,0

   37

 CDA

  35,3    54   22,2    34

 VVD

  14,6

   22

  20,0

   31

 D66

   7,9

   12

  15,5

   24

 AOV

     -     -    3,6     6

GroenLinks

   4,1

    6

   3,5

    5

 RPF

   1,0     1    1,8     3

 CD

   0,9     1    2,5     3

 SGP

   1,9

    3

   1,7

    2

 GPV

   1,2

    2

   1,3

    2

 SP

   0,4

    0

   1,3

    2

 PU55+

    -

    -

   0,9

    1

 overige

   0,8

    0

   1,7

    0

 totaal         

 100,0

  150

 100,0

  150

 opkomst

  79,9%

 

  78,3%

 

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Verkiezingsstatistiek Tweede Kamer 3 mei 1994 (Den Haag 1994).