Uitslag Tweede Kamerverkiezingen 1998

Uit: B. de Boer, P. Lucardie, I. Noomen en G. Voer­man, 'Kroniek 1998. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 1998' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 1998, Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1999), 14-94, aldaar 19-20.

uitslag Tweede-Kamerverkiezingen 1998

De uitkomst van de verkiezingen op 6 mei beantwoordde grotendeels maar toch niet helemaal aan de voorspellingen van de opiniepeilers (zie tabel). De PvdA werd, zoals al sinds april voorspeld, de grootste partij, op afstand gevolgd door de VVD. De laatste zetel voor de liberalen bleef overigens nog twee weken on­zeker vanwege telfouten bij stembureaus, met name in de gemeente Gramsber­gen: pas op 19 mei besloot de Kiesraad dat de VVD niet 39 maar 38 zetels be­haald had. Het CDA bleek uiteindelijk terug te vallen op 29 zetels (en niet 28 zoals eerst vastgesteld). Het verlies van de christen-democraten kwam toch onverwacht en hard aan. Volgens onderzoek bij de stembureaus (exit-polls) had de partij krap tweederde van haar kiezers uit 1994 kunnen behouden; de rest was verspreid over VVD (9%), PvdA (7%), protestants-christelijke partijen (4%), andere partijen (6%) of was thuis gebleven (10%) (de Volkskrant, 7 mei 1998). Opvallend was het aantal katholieke kiezers dat van CDA naar PvdA was ge­gaan; de verliezen waren dan ook in het Zuiden des lands nog hoger dan elders. Het verlies van D66 kwam minder onverwacht en viel de betrokkenen eigenlijk nog mee. Het bleek volgens de exit-polls vooral ten goede te komen aan PvdA (24%), VVD (12%) en GroenLinks (11%). Deze laatste partij trok naast D66 veel kiezers van de PvdA (19%) en veel niet-kiezers (16%).

Alles bij elkaar zou men de verkiezingen kunnen interpreteren als een massale verschuiving van het midden (CDA en D66) naar rechts (VVD) èn naar links (PvdA, GL, SP), waarbij ook binnen links kiezers ’doorschoven’ van PvdA naar GroenLinks en waarschijnlijk ook naar de SP. Het verlies van de CD en van de ouderenpartijen past niet helemaal in dit beeld, maar moet waarschijnlijk toegeschreven worden aan de in de media breed uitgemeten verdeeldheid van deze partijen. Weliswaar hadden het Algemeen Ouderen Verbond (AOV) en de Unie 55+ (in 1994 nog Politieke Unie 55+ genoemd) hun onderlinge geschillen beslecht en een gezamenlijke kandi­datenlijst ingediend, maar zij moesten daarbij concurreren met de van het AOV afgesplitste Senioren 2000 en Nieuw Solidair Ouderen Verbond (NSOV). Daar­naast speelde wellicht het zogeheten bandwagon-effect een rol, althans bij de CD: na de nederlaag bij de gemeenteraadsverkiezingen vreesden wellicht aan­hangers van de partij bij de Tweede-Kamer-verkiezingen verspilling van hun stem en bleven liever thuis of brachten een stem uit op een andere partij. Het aantal in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen nam ten opzichte van 1994 af: van twaalf naar negen. Geen van de elf nieuwe partijen die in 1998 aan de verkiezingen deelnamen, slaagden erin een zetel te behalen (zie over deze randpartijen het artikel van A.P.M. Lucardie in dit Jaarboek).

tabel uitslag Tweede Kamerverkiezingen 1998

 

1994

1998

 

%

zetels

%

zetels

PvdA

24,0

37

29,0

45

VVD

20,0 31 24,7 38

CDA

22,2

34

18,4

29

D66

15,5

24

 9,0

14

GroenLinks

3,5

5

7,3

11

SP

1,3

2

3,5

5

RPF

1,8

3

2,0

3

SGP

1,7

2

1,8

3

GPV

1,3

2

1,3

2

CD

2,5

3

0,6

0

AOV/Unie 55+a

4,5

7

0,5

0

overige

1,7

0

1,9

0

totaal

100,0

150

100,0

150

opkomst

78,8%

 

73,3%

 

a) AOV en Unie 55+ hadden in 1998 hun lijsten gecombineerd. Zij namen in 1994 afzonderlijk aan de verkiezingen deel, waarbij het AOV 3,6% van de stemmen behaalde (zes zetels) en de Unie 55+ (toen nog Politieke Unie 55+ geheten) 0,9% (één zetel).

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Statistiek der verkiezingen 1998: Tweede Kamer (Den Haag 1999).