Uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2002

Uit: J. Hippe, P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2002. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2002' in: Jaarboek 2002 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2004), 18-180, aldaar 29-31.

uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2002

De gebeurtenissen tijdens de campagne en de moord op Fortuyn hadden de kiezers kennelijk niet onberoerd gelaten, want de opkomst bij de kamer­verkiezingen steeg flink. In 1998 had deze 73,3% bedragen; nu 79,1% – een toename van 5,8 %. Volgens onderzoek zou het aantal zwe­vende en laat beslissende kiezers groter dan ooit zijn ge­weest.

De paarse partijen hadden samen 43 van hun 97 zetels verloren: een on­ge­hoord ver­lies (zie tabel 2). Dat verlies kwam vooral ten goede aan de LPF en het CDA, in min­dere mate ook aan de SP en Leefbaar Ne­der­land. Niet alle oppositiepartijen profi­teer­den dus: de ChristenUnie kreeg minder zetels dan haar voorgangers GPV en RPF, ter­wijl Groen­Links ook een zetel moest inleveren. Wellicht speelden twijfels over de fusie van de twee protestantse partijen de ChristenUnie mede parten, terwijl de moord op Fortuyn door een groen activist GroenLinks moge­lijk schade heeft berokkend. CDA respectievelijk SP deden daar hun voor­deel mee.

Bijna overal werd het CDA de grootste partij. Alleen in Amsterdam, Utrecht en delen van Groningen, Friesland en Drenthe bleef de PvdA de grootste, terwijl in Den Haag, Almere, Lelystad en Rotterdam en omge­ving die eer aan de LPF te beurt viel (zie ook het artikel van V. Mama­douh en H. van der Wusten in dit Jaarboek). In Rot­terdam won de partij van Rotterdammer Fortuyn 30% van de stemmen. Ook in West-Brabant en Limburg haalde ze hoge cijfers. Landelijk was de LPF de tweede par­tij, vóór VVD en PvdA.

tabel uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2002

 

1998

2002

 

%

zetels

%

zetels

CDA

18,4

29

27,9

 43

LPF

-

-

 17,0

 26

VVD

  24,7 38  15,4  24

PvdA

 29,0

45

 15,1

 23

GroenLinks

  7,3

11

  7,0

 10

SP

  3,5

 5

  5,9

  9

D66

  9,0

14

  5,1

  7

ChristenUnie*)

  3,3

  5

  2,5

  4

SGP

  1,8

  3

  1,7

  2

LN

 -

  -

  1,6

  2

Overige

  3,0

   0

  0,8

  0

Totaal

100,0

150

100,0

150

Opkomst

  73,3%

 

 79,1%

 

*) De ChristenUnie is een confederatie van GPV en RPF, die in nog 1998 elk afzon­der­lijk aan de verkiezingen deelnamen.

Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Kies­raad), 21 mei 2002.

Onderzoek van het bureau Interview/NSS bij stembureaus duid­de erop dat de LPF vooral kiezers van de VVD had gewonnen (bijna 35% van haar electoraat), in mindere mate ook van de PvdA (20%) en verder veel nieuwe en niet-stemmers had getrokken (30%). LPF-kiezers bleken ge­middeld lager opgeleid en on­kerkelijk, tame­­lijk jong en iets vaker man dan vrouw, maar verder onderscheidden ze zich weinig van andere kie­zers. Kiezersonderzoek wees uit dat hun stemkeuze veel te maken had met de standpunten van Fortuyn ten aan­zien van vreem­delingenbeleid en crimina­liteitsbestrijding, meer dan met een algemeen onbehagen of met een bepaalde sociale achtergrond.

Het CDA won kiezers van bijna alle partijen: het meest van de VVD (14%) en de PvdA (11%), maar ook van D66 (5%) en van de Christen­Unie of SGP (3%). Een deel van hen had eerder overwogen om op Fortuyn te stemmen. Het CDA won meer jongeren en onkerkelijken dan in 1998 of 1994, maar bleef toch een partij van gemid­deld iets oudere en kerkelijke kiezers. Vertrouwen in de integriteit van lijsttrekker Balken­ende speelde bij CDA-kiezers vaak een grote rol. Ook hechtten ze veel belang aan veiligheid, goede gezondheidszorg en herstel van normen en waarden: zaken die de paarse coalitie in hun ogen waar­schijnlijk had verwaarloosd.

VVD-minister G. Zalm van Financiën behaalde de meeste voorkeurs­stem­men (350.007), maar alleen mevr. J.C. Huizinga-Heringa (Chris­ten­Unie) wist dankzij haar 19.797 voorkeursstemmen een kamerzetel te win­nen ten koste van een hoger op de lijst geplaatste kandidaat, E. van Middel­koop. Van de lijsttrekkers kreeg Balkenende de meeste stemmen (2,3 miljoen) gevolgd door Fortuyn (1,4 miljoen), beduidend meer dan Melkert (800.000) en Dijkstal (ruim 700.000). De nieuwe Kamer telde minder vrouwen dan de oude: 49 in plaats van 54.