Uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2003

Uit: J. Hippe, P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2003. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2003, in: G. Voerman (red.), Jaarboek 2003 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2004), 15-137, aldaar 17-19.

uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2003

De opkomst was op 22 januari nog iets hoger dan in 2002: 80,0%. Dit verraste vele waar­nemers, die voorspeld hadden dat tal van teleurge­stelde aanhangers van Fortuyn nu thuis zouden blijven. Wellicht had de toenemende polarisatie tussen links en rechts toch meer kiezers getrok­ken.

Het CDA bleef op het nippertje de grootste partij in het land (zie tabel), en in het bijzonder in het Oosten en Zuiden. Weliswaar verloor de partij van Balkenende kiezers aan de PvdA, maar tegelijkertijd won zij aanhangers van LPF en VVD. De christen-democraten behielden de meeste kiezers die ze in 2002 gewonnen hadden, ook de onkerkelijken die naar schatting (via zogeheten exit polls) 30% van hun electoraat uitmaakten. Hoewel Balkenende niet als overwinnaar uit de debatten tevoorschijn was gekomen, kon hij toch als minister-president op extra steun rekenen. De intensieve campagne van het CDA wierp ongetwij­feld ook vruchten af.

De grootste winst werd echter geboekt door de PvdA, die haar zeteltal bijna verdubbelde. De sociaal-democraten werden zodoende opnieuw de grootste partij in de Randstad en in de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland en Groningen. Zij wonnen kiezers van GroenLinks en CDA, terwijl ze ook nieuwe en jonge kiezers trokken. De persoonlijke aan­trekkingskracht van Bos was daar waarschijnlijk de oorzaak van. Veel minder winst behaalde de VVD, die worstelde met interne verdeeldheid en met het imago van haar lijstaanvoerder – die ‘de stekker’ uit het eerste kabinet-Balkenende getrokken zou hebben en die in de televisie­debat­ten niet altijd goed uit de verf kwam.

De grootste verliezer was – niet onverwacht – de LPF. Ondanks een dure campagne en een grote inzet van lijstaanvoerder Herben verloor de partij ruim tweederde van haar electoraat. Naar schatting bleef een kwart van de aanhang de partij trouw, nog een kwart bleef thuis, een derde stemde op CDA of VVD en de rest op andere par­tijen. Anders dan verwacht profiteerde de SP weinig van het verval van de populis­tische tegenhanger ter rechterzijde. De partij van Marijnissen had volgens sommige peilingen aan het begin van de campagne meer dan twintig zetels kunnen halen, maar bleef uiteindelijk steken op hetzelfde aantal als ze in 2002 had behaald. Daarmee pas­seerde ze toch voor het eerst GroenLinks, dat twee zetels verloor. De nieuwe lijst­trekker had de al eerder ingezette daling in de volksgunst niet ongedaan kunnen ma­ken. Andere oppositiepartijen moesten eveneens verlies incasseren. De ChristenUnie leverde opnieuw een zetel in. Ook D66 moest een zetel afstaan. De SGP handhaafde haar zeteltal, maar verloor wel kiezers. Leefbaar Nederland, geplaagd door afsplitsingen en vrijwel onbeheers­bare conflicten, verdween uit de Kamer. De negen randpartijen die een zetel trachtten te verwerven, slaagden daar geen van alle in (zie hierover ook de bijdrage van A.P.M. Lucardie aan dit Jaarboek). Alleen de pas opgerichte Partij voor de Dieren kwam enigszins in de buurt van de kiesdeler.

Tabel uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2003

 

2002

2003

 

%

zetels

%

zetels

CDA

27,9

43

28,6

44

PvdA

15,1 23 27,2 42

VVD

15,4 24 17,9 28

SP

 5,9

 9

 6,3

9

LPF

17,0

 26

 5,6

8

GroenLinks

 7,0

 10

 5,1

8

D66

 5,1

 7

 4,0

6

ChristenUnie

 2,5

 4

 2,1

3

SGP

 1,7

 2

 1,5

2

LN

 1,6

 2

 0,4

0

overige

 3,0

 0

 1,3

0

totaal

 100,0%

 150

  100,0%

150

opkomst

   79,1%

 

    80,0%

 

Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Kies­raad), 27 januari 2003.

Over het algemeen werd de uitslag geduid als een teken van normalise­ring van het Neder­landse partijstelsel. CDA, PvdA en VVD waren teruggekeerd op het niveau van de jaren tachtig, zou men kunnen zeg­gen. Bij deze interpretatie passen echter wel een paar kant­tekeningen. PvdA en VVD moesten nieuwe concurrenten naast zich dulden– de SP respectievelijk de LPF – die latente onvrede konden mobiliseren. De binding tussen partijen en kiezers leek daarbij minder sterk dan in het verleden. Met andere woorden: de verhoudingen zouden bij een vol­gende verkiezing wel eens opnieuw aanzienlijk anders kunnen komen te liggen.

De veranderlijkheid van de kiezer weerspiegelde zich in de samenstel­ling van de nieuwe Kamer. Van de 150 kamerleden waren dertig geheel nieuw en beschikten 44 over een jaar ervaring. Het aantal vrouwen was gestegen tot 55, een hoogtepunt in de vaderlandse geschiedenis. Het aantal immigranten bedroeg nu dertien. Twee kamerleden waren alleen door voorkeurstemmen in de Kamer gekomen: mevr. J.C. Huizinga-Heringa (ChristenUnie) passeerde oud-RPF-fractievoorzitter L.C. van Dijke, terwijl oud-minister H.P.A. Nawijn dankzij ruim 21.000 voor­keur­stemmen vanuit de 32-ste plaats op de LPF-lijst ook een zetel veroverde.

Laatst gewijzigd: 10-07-2012 09:00:35